Sunday, August 20, 2006

De Kleine Zeemeermin en Manneke Pis

Algemene hilariteit. Iedereen rond de tafel keek naar wat ik op mijn boterham smeerde, toen mijn collega naast me begon te lachen en zei dat je Italiaanse salade niet op pate hoorde te smeren. Het was mijn eerste dag in Kopenhagen in het kantoor van de organisatie waar ik voor werkte. Het was een kantoor met allemaal vrouwen, op 1 jonge gast na, en natuurlijk wilden ze me allemaal bemoederen. Ze lieten me mee eten van hun lunch, wat in Kopenhagen betekent dat je ‘smorrebrod’ eet. Het komt erop neer dat je 1 sneetje brood op je bord legt en daar vanalles opstapelt. Tot daar was ik nogal vlug mee: kalkoen met tomaat en komkommer was mijn eerste combinatie. En goedgekeurd. Blijkbaar was de combinatie van pate met Italiaanse salade (mayonaise met wortel en erwt) een ander paar mouwen. Ook al staan er geen regels neergeschreven, dit was duidelijk not done.

Ze waren trots op hun smorrebrod en elkeen wou me hun persoonlijke favoriete combinatie tonen. Als ‘echte’ Belg nam ik het sneetje brood daarna in mn handen en wou het als een toastje opeten. Maar ik had het mes en de vork naast mijn bord gemist. Blijkbaar hoor je je combinatie lekkers op een sneetje brood met mes en vork te eten. Dat was dan nog de grootste aanpassing.

De 12 vrouwen bleven me bemoederen toen ik vrijdagmiddag het kantoor verliet en nog een namiddagje in Kopenhagen ging rondwandelen vooraleer ik mijn vlucht nam terug naar Belgie die avond. Net voor mijn vertrek kreeg ik netjes 10 geprinte bladzijden met wat ik moest doen in Kopenhagen die namiddag. En ik kreeg er ook nog een kaart van Kopenhagen bij met netjes aangeduid waar wat precies te vinden was. Ik begon te lachen en zei dat ik maar 3 uren had, geen 3 weken. Ik gooide de vraag erachteraan wat ze me zouden aanraden om te bezoeken als ze me maar 1 iets mochten aanraden. Iemand riep onmiddellijk dat dat de Kleine Zeemeermin moest zijn, het standbeeld gebaseerd op een verhaal van Hans Christian Andersen. Iemand anders, die Belgie een beetje kende, vond van niet en probeerde me uit te leggen dat het iets is zoals Manneken Pis, gewoon een beeldje. Vooraleer de vrouwen begonnen te discussieren en ik nog meer tijd zou verliezen, kuste ik hen een prettige dag en trok de stad in waar zij zo trots op waren.

De opmerking van die ene collega over Manneken Pis en over dat ene standbeeld of icoon dat veel toeristen aantrekt bleef in mn hoofd vast zitten. Ik besloot om de Kleine Zeemeermin te gaan opzoeken en vond ze op de kaart, helemaal bovenaan, aan het water. Ik had een paar uur en nam mijn tijd om de stad te ontdekken terwijl ik zigzag op de kaart naar het beeld wandelde. De stad voelde een beetje aan als Stockholm: zeer netjes, georganiseerd, goed openbaar vervoer, nette, goed geklede mensen....en water. Steden aan het water hebben altijd iets speciaals en je hoeft nooit ver te wandelen in Kopenhagen om water te vinden. Het laatste stuk naar de Kleine Zeemeermin kun je langs de binnenhaven wandelen, met een prachtig uitzicht op het nieuwe en funky opera gebouw. Het was koud, maar zonnig en er waren niet veel mensen langs de kade. Ik bedacht een theorie voor al die lokale Manneke Pis-en. Dat soort standbeelden, zoals ook de Kleine Zeemeermin, is zeer herkenbaar en brengt de toeristen naar buiten, de stad in. Het doel is niet echt om dat standbeeld te zien, maar om ‘daar geweest’ te zijn, om een foto van jezelf met ‘het beeld’, bijna een verpersoonlijking van de stad zelf. Manneken Pis IS Brussel. De Kleine Zeemeermin IS Kopenhagen. In mijn wandeling de uren daarvoor had ik Kopenhagen en zijn vibe beter leren kennen. Naarmate ik het standbeeld naderde, zag ik meer mensen en nog voor ik de Kleine Zeemeermin zelf zag, wist ik waar ze was, door de drommen mensen die aan de rand van het water stonden. Allemaal mensen die die dag door Kopenhagen hadden gewandeld om het beeld te zien.

Toen ik na 10 minuten wegwandelde zag ik mijn theorie in rook opgaan toen ik 4 mensen in een taxi zag stappen. Die wouden blijkbaar niet per se de stad al wandelend ontdekken. Maar ze waren toch in Kopenhagen ‘geweest’...

Leve de gemakcultuur

(uit oude doos - oktober 2004)

Na een maand in New York ga ik als voleerde New Yorker naar de fitness. Er is er eentje recht tegenover ons kantoor. Anders was er ook nog eentje net om de hoek en ik kon ook nog kiezen uit 3 andere een beetje verder in de straat. Naar de fitness gaan (going to the gym) is hier deel van de lifestyle, dus wie ben ik om daar niet in mee te gaan. Het leuke is wel dat ze in mijn fitness ook een zwembad hebben en je het sporten dus kan afwisselen met een keer gaan zwemmen. Nog leuker is dat je eigenlijk niks moet meebrengen naar de fitness, behalve je sportkleren. In de kleedkamers voorzien ze handdoeken, shampoo, gel, gezichtscreme, mondwater, scheerschuim... Had u nog iets gewenst? Als ik dus ga zwemmen, heb ik enkel mijn zwembroek mee, de rest is allemaal voorzien. Zeer leuk om tijdens de middagpauze een half uurtje te gaan zwemmen! Er is dan ook nog eens een machine die je zwembroek droog zwiert in 30 seconden! Leve de ‘gemaks’cultuur in de VSA!

Je kan het zelfs nog verder drijven: Voor een goeie 200 dollar per jaar, doen ze daar zelfs je was! Je kan dan je kleren achterlaten als je gedaan hebt met sporten en tegen dat je de volgende keer komt sporten, ligt alles vers gewassen en gestreken klaar. Dan kom je binnen met niks, kun je sporten en laat je alles weer achter!

Je kunt het zo gek niet bedenken of een bepaalde dienst wordt tegen betaling aangeboden. Het concept is: een bepaalde groep mensen die in Manhattan werkt, verdient (zeer) veel geld, maar moet veel uren in hun job stoppen. Elke minuut die ze in hun vrije tijd moeten besteden aan de was doen, het huis opruimen, boodschappen doen, de hond uitlaten, etc. kan dan ook uitbesteed worden. Er zijn mensen die van honden uitlaten hun (bij)beroep maken en wasserettes bieden wash&fold aan, wat betekent dat je ’s morgens je was binnen doet en die ’s avonds vers gewassen terug ophaalt. Die was kan je dan ook nog eens laten strijken. Je hebt diensten die voor jou meeneemeten gaan afhalen en bij je op kantoor of bij je thuis leveren. Je kan zelfs je burger van McDonalds, je Chicken Wings van KFC en je sandwich van Subway laten komen, allemaal in een levering, als je dat wil, en als je ervoor betaalt natuurlijk.

Een vriend van me is ‘business manager’, wat betekent dat hij voor zeer rijke mensen al hun rompslomp regelt, hun ‘personal business manage-t’. Alle post komt naar zijn kantoor, hij regelt de rekeningen en de kredietkaartafrekeningen. Hij zorgt er ook voor dat praktische zaken in het huis gedaan worden. Verstopte afvoer: telefoontje naar mijn vriend en die zorgt dat er een loodgieter komt, dat hij binnen kan en dat de rekening achteraf naar hem wordt gestuurd.

De ganse dienstencultuur vertaalt zich ook in de manier hoe je op restaurant bediend wordt. In Belgie zijn we het gewoon dat we de ober bij ons roepen als we iets nodig hebben. In New York staan ze elke paar minuten aan je tafel om te checken of alles wel ok is. ‘Working on their tip’, noemen ze dat. Want al die diensten worden dan wel vrij goedkoop aangeboden, er wordt verwacht om overal een 15-20% van het totaalbedrag extra te geven als fooi. Wat minder als je niet zo tevreden bent en gerust wat meer als de service zeer goed is. Het is telkens een rekengedoe om de tip te berekenen, alhoewel de New Yorker een leuke regel heeft gevonden. De btw op je totaalbedrag bedraagt net iets meer dan 8 %, dus verdubbel je de btw en geef je dat als fooi. En op gsms wordt tegenwoordig een fooi-rekenmachine als extra aangeboden: dat zegt hoeveel 10%, 15% en 20% fooi precies is. Gewoon even je totaalbedrag ingeven in je gsm. Het zorgt er in ieder geval voor dat de obers altijd enorm attent en vriendelijk zijn – dat helpt om een grotere fooi te krijgen achteraf. En ik moet toegeven, de cute factor speelt ook een rol...

Betaal de dokter met Visa...

(uit oude doos - oktober 2004)

De eerste twee weken hebben een aantal praktische zaken veel tijd in beslag genomen. Ik wou zo vlug mogelijk een bankrekening openen, maar merkte al vlug dat dat als buitenlander zeer moeilijk is. Mijn collega’s raadden me aan er eentje te openen bij de bank waar onze organisatie een bankrekening heeft. Dit vormde inderdaad geen probleem.

Om een rekening te openen hier, moet je echter wel een ton aan papier invullen, dat daarna simpelweg letterlijk wordt overgetypt op de computer, om vervolgens te worden afgedrukt om te worden ondertekend. Ik maak er een beetje een karikatuur van, maar wel bevreemdend voor me. Waren ze niet ongelooflijk modern in ‘de States’? Bij al het papierwerk dat ik achteraf mee kreeg, zat ook een cheque boekje. Ik heb nog nooit cheques gebruikt in Belgie. Blijkt het hier een algemeen betaalmiddel te zijn, waarmee je zelfs je rekeningen van gas en electriciteit betaalt. Daar ik nog geen bankkaart had – die gingen ze opsturen - moest ik geld gaan afhalen in een lokale bank, door mezelf een cheque uit te schrijven. Ik heb de bankbediende moeten vragen om mij uit te leggen hoe ik een cheque moest uitschrijven. Nadat die mevrouw me 10 seconden aankeek vol ongeloof, legde ik uit dat ik Europeaan ben en we quasi geen cheques gebruiken (we don’t do checks in Europe).

Na een korte les was mn eerste cheque, aan mezelf, een feit.

Die eerste weken ben ik ook ziek geweest. Enfin ziek: ik had een ongelooflijk zere keel en een verkoudheid dat het geen naam heeft. Waarschijnlijk die Amerikaanse bacterien waar ik nog gewoon moest aan worden. Ik besloot naar de dokter te gaan, maar was niet zeker wat de medische verzekering allemaal terugbetaalde. Bijna besloot ik niet te gaan, daar ik niet zomaar alles zelf wou betalen. Ik besloot echter niet ‘besparen’ op mijn gezondheid en ging maandagmorgen naar de dokter waar David, mijn roommate, altijd gaat.

In de USA heeft niet iedereen automatisch een ziekteverzekering en zijn er dus veel mensen die, zoals ik dacht dat mijn geval was, niks terugkrijgen van een doktersbezoek of van medicatie. Voor hen is het een realiteit dat je niet naar de dokter gaat als het niet 100 % ernstig is. Dat gevoel dat ik even had, waarbij ik niet naar de dokter zou gaan omwille van financiele redenen, is echt onbeschrijflijk. Besparen op je gezondheid? In Belgie heeft iedereen een medische verzekering en staan we er niet bij stil dat dat niet zou bestaan.

David wandelde een stukje met me mee en net voor ik bij de dokter wou binnen gaan, vroeg ik hem of 50 dollar genoeg zou zijn, want zoveel had ik bij mij. Hij schoot in de lach en vroeg of ik mijn bankkaart bij had, aangezien 50 dollar zeker niet genoeg zou zijn en ik gerust met mijn bankkaart kon betalen bij de dokter. Ik keek hem vol ongeloof aan, waarop hij zei: Welcome to America!

Ik kon niet geloven dat een simpel doktersbezoek me meer dan 50 dollar zou kosten, maar soit, hij woonde hier en zou het wel beter weten zeker?

Om een lang verhaal kort te maken (want ook een doktersbezoek is best wel het vermelden waard!): Ik betaalde uiteindelijk 105 dollar voor een simpel bezoekje aan de dokter. Ik spreek niet over een specialist, maar een ‘gewone’ huisdokter. 80 dollar voor het bezoek zelf en 25 dollar voor een onderzoek van de keel met zo een wattenstaafje. Gelukkig kon ik inderdaad met mijn ondertussen geleverde bankkaart betalen. Ze namen anders ook kredietkaarten aan als betaalmiddel. Betaal de dokter met Visa!

Als je in Amerika geen ziekteverzekering hebt, dan is naar de dokter gaan bijna financieel onhaalbaar. En dan hebben we nog niet gesproken over medicijnen. Ik heb dit verhaal tegen een aantal mensen moeten vertellen op kantoor om bevestiging te krijgen dat dit geen uitzondering is. Wat meer is: zelfs met een ziekteverzekering, betaal je nog altijd 15 tot 25 dollar zelf van die doktersrekening. Dat is bijna meer dan wat wij betalen aan de dokter, nog voordat de ziekteverzekering tussen komt. Mijn eerste echte cultuurschok was een feit.

Op de koffie bij Phoebe

(uit oude doos - september 2004)

Het was een rij ramen die niet stopte. Ik kwam als een mol uit de ondergrond van de metro gestapt, in hartje Manhattan. De gebouwen om me heen wedijverden voor het grootste aantal verdiepingen en het meeste glas. Pas toen ik helemaal boven aan de trap stond zag ik het blauw van de hemel opnieuw...eerst gereflecteerd in het gebouw voor me. Dan in het echt. Je vroeg je af of het eiland dat Manhattan is niet zou bezwijken aan de tonnen beton, glas en marmer. Het was allemaal precies zoals ik het me had voorgesteld. En nog meer. De aha-erlebnissen stapelden zich op.

Die middag was ik geland met 60 kg bagage om m’n periode van 10 maanden in New York te beginnen. Het was een dagvlucht van 8 uren van Brussel naar JFK-New York. Ik had de Humo verslonden, een krant of twee gelezen en naar een filmpje gekeken. Het eerste wat ik zag toen ik uit het luchthavengebouw kwam, was een immense rij yellow cabs, meteen mijn meest bekende beeld van New York. Onmiddellijk verzilverd. Ik nam er gelijk eentje richting Brooklyn, waar David, een collega, me zou huisvesten.

Ik zou een project rond elearning leiden en ondertussen New York leren kennen. Na een eerste professionele ervaring van 3 jaar, wou ik er even tussenuit – even kijken wat het buitenland te bieden had. En waarom dan niet niet meteen naar de stad waar alle culturen hun stek vinden? Waar er een China town en Little Italy is. Waar de standaard vraag bij een avondje uit is of we Thais of Indisch zullen eten. French of Mexican-Japanse Fusion? Een gewone hamburger met fries of trendy chic in de Meat Packing District?

Ja, ik had me wel wat voorbereid. M’n tv verslaving als tiener bleek nog de beste voorbereiding. Alles kwam me zeer bekend voor: de brownstone huizen in Brooklyn waar elk moment Bill Cosby uit de deur kon komen, monumenten zoals het Vrijheidsbeeld en de Empire State Building, Broadway, de reeds eerder genoemde gele taxis, de metro, een Cosmopolitan (cocktail) na het werk en koffiebars waar elk moment Phoebe kon binnen wandelen om me haar gekke verhalen te vertellen. Ik betaalde met dollars alsof ik het van kleinsaf al deed. Alles leek enorm natuurlijk en de stad voelde aan als een tweede huid. Ik had de columns van Jacqueline Goossens gelezen, met (vroegere) New Yorkers gebabbeld, reisverhalen gelezen en de gidsen van Lonely Planet en consoorten geraadpleegd. Maar niks gaat boven NYPD Blue, CSI New York, Sex and the City en Friends: alle facetten krijg je wel te zien in je eerste weken New York, tot de filmsets toe.

Ik voelde me de gelukkigste jongen van de ganse wereld en dat was nog maar het begin. De bars en clubs moesten nog voor me opengaan. Ik had de opera nog niet bezocht en moest nog urenlang gaan wandelen in Central Park. Ik moest nog aan mn musicalronde op Broadway beginnen en al die leuke jongens leren kennen die urenlang speciaal voor mij hun lichaam bijwerkten in de fitness. Ik moest nog versteld staan van de rust aan het water en de drukte op Times Square nog beginnen haten. Er wachtte nog urenlang shoppen in zowat alle delen van New York. Brunchen, lunchen en dineren in de leukste maar daarom niet altijd duurste restaurants. Ik had het nog allemaal voor me.

Zelfs mijn bureau op kantoor beantwoordde perfect aan hoe ik het mij had voorgesteld: allemaal kubusjes in een grote zaal. Lekker functioneel en toch gezellig. Ik was verliefd op iedereen die ik tegen kwam en automatisch deel uitmaakte van m’n avontuur. Het was duidelijk nog zomer en de hipheid van de anderen straalde op me af. Ik ging de eerste 2 weken niet buiten zonder m’n zonnebril en kocht het eerste weekend al nieuwe kleren.

Een bepaalde opgewonden twijfel die ik had net voor m’n vertrek in Belgie, was daar duidelijk achter gebleven. Het vliegtuig had me in een rechtstreekse vlucht naar een andere tijd en ruimte gebracht. En die ruimte ging ik de komende maanden met veel plezier verkennen.

Saturday, July 08, 2006

Op de bus van Afrika naar Italie

Het duurde een paar seconden voor ik alle informatie kon verwerken. Staking van Alitalia? 9 uren vast zitten in Milaan luchthaven? Ik had net een uur aangeschoven aan de balie op de luchthaven in Accra, in het West Afrikaanse Ghana. Ik herstelde me vlug en werd meteen de moeilijke klant: was er echt geen vroegere vlucht waar ze me kon opkrijgen? Was er een andere mogelijkheid over Frankfurt, Parijs of Amsterdam? Nope, nada, niks. Ik kon in Milaan nog eens proberen om te zien of de situatie was veranderd, maar voorlopig bleef ik op de namiddagvlucht geboekt.

Mijn vrienden in de luchtvaart die dit lezen lachen nu al en schudden hun hoofd: hoe had ik het ooit durven overwegen om met Alitalia te vliegen? Ok, ik geef jullie gelijk, maar ik kan er nu tenminste over spreken uit ervaring.

Zucht.

Ik kreeg twee instapkaarten, maar op mijn eerste instapkaart van Accra naar Milaan stond geen stoelnummer vermeld. De baliejuffrouw vertelde me dat het vrije zit was. Vrije zit? Daar had ik nog nooit van gehoord. Betekende dit dat ik, net zoals op een bus, gewoon een stoeltje mocht kiezen? Ik zag alle passagiers bij het instappen al vechten voor de goeie plaatsen. Er waren zowaar kippen en veel te veel kleine kinderen in mijn fantasie. Ja, bevestigde ze. Aangezien het vliegtuig eerst via Lagos in Nigeria vloog en de systemen tussen Nigeria en Ghana niet goed met elkaar communiceren, hadden ze niet altijd de juiste informatie in de computer in Ghana en konden ze niet gemakkelijk de stoelen voor de passagiers die daar opstappen aanwijzen. Vandaar: zet u maar waar u een plaatsje vindt.

De vlucht zat helemaal vol, maar ik had wel mijn stek vooraan in economy klasse, met veel beenruimte.

Na een nachtvlucht van 7 uren, kwamen we ’s morgens vroeg aan in Milaan. In Ghana was het een week lang snikheet geweest. In Europa gingen ze gebukt onder een ijzig koude winter. Ik zat 9 uren vast in Milaan en ik was natuurlijk zo stom geweest om mijn jas in mijn bagage in te checken. Ik stond daar in een T shirt en had enkel een lichte trui in mijn handbagage. Ik kon dus niet eens de luchthaven uit zonder een longontsteking op te doen in de bittere koude.

Ik stapte onmiddellijk af op een balie van Alitalia waar ik informeerde naar mogelijke vroegere vluchten naar Brussel. Er was er eentje om 12u, en ja.... er was nog een plekje voor me. Of ik even mijn bagagelabel kon geven, zodat ze mijn bagage op de nieuwe vlucht konden plaatsen. En dan begon het: paniek. In alle zakken zoeken, twee keer. Nog een keer. Tot ik besefte dat de dame aan de incheckbalie in Ghana me nooit een bagagelabel had gegeven. Doordat ik zonodig ‘moeilijke’ klant moest spelen en in discussie moest gaan, had zij (en ik) dat gewoon vergeten. En er bleek geen bagage info in hun computersysteem aanwezig te zijn.

Mijn eerste staking EN de eerste keer dat ik mijn bagage zou kwijt zijn. Ik zag het zo al voor me. Doordat ik geen bagagelabel had en ze dus mijn valies niet konden vinden, konden ze me ook niet van vlucht veranderen. Passagier en valies moeten altijd samen reizen.

Zucht.

Ik gaf het nogal vlug op en besloot gewoon mijn tijd af te wachten. Gelukkig was er de toegang tot de lounge. Vliegtuigmaatschappijen belonen hun veel-vliegers met een aantal voordelen die het verblijf op de luchthaven ofwel korter ofwel aangemamer maken. De lounge met zachte zetels in plaats van harde stoeltjes in schreeuwerige kleuren aan de gate, was daar eentje van. Een schrale troost, maar toch een troost.

Toen ik uiteindelijk toch tegen de avond aan in Brussel landde, had ik mezelf er al helemaal van overtuigd dat mijn valies zonder bagage label nooit van Ghana, over een stakend Milaan, in Brussel zou geraken. En ik had niet eens een bewijs in handen dat ik ooit een stuk bagage had ingecheckt bij hen. Ik volgde de stroom passagiers naar de bagageband in de aankomsthal en voelde mijn hart letterlijk een stukje omhoog springen toen ik mijn valies van de band zag rollen. Alle doemgedachten waren voor niks geweest en ik vloekte even, heel even, omdat ik mezelf had toegestaan er niet op te vertrouwen dat ik die avond doodeenvoudig mijn was zou kunnen doen.

Monday, July 03, 2006

30000 kilometer in de lucht

“Gerecycleerde lucht”, noemde ik het. De dokter begon te lachen en zei dat dat eufimistisch was uitgedrukt, “Een geconcentreerde dosis virussen”, dat is al dichter bij de waarheid. Ik was net terug in Belgie na een goeie 2 maand reizen en had al sinds een paar maanden last van actieve slijmvliezen (wat dan weer een eufimisme is voor een snotvalling). De dokter legde me uit dat ik mijn lichaam nu even rust moest geven. Al dat vliegen, waarbij je in een kleine ruimte zit opgesloten met heleboel mensen is niet gezond voor je lijf.

Hij had gelijk natuurlijk. Ik had 3 weken daarvoor een mastodont vlucht genomen. Toen ik die boekte en het schema op papier bekeek, zag het er nog allemaal te doen uit. Ik zou vanuit Johannesburg naar New York vliegen, over Amsterdam. En een week later het omgekeerde traject. Ik vertrok vrijdagavond met een vlucht van KLM, net voor middernacht. Ik kwam de volgende ochtend rond 10u aan in Amsterdam en had rond 13u mijn aansluitende vlucht naar New York. Wegens het tijdsverschil kwam ik daar in de namiddag aan. 18 uren effectief op een vliegtuig en, alle reistijd inbegrepen, meer dan 24 uren onderweg. 15000 kilometer.

Maar ik was blij weer eens in New York te zijn. Na een dutje, een douche en verse kleren, wandelde ik het hotel uit om samen met Sanjoy, een Bangladeshi vriend, iets te gaan eten bij ons Griekse ‘stam’restaurant op 8th Avenue. Degene die me destijds in New York zijn komen bezoeken, heb ik zeker en vast ook meegenomen naar de ‘Dish’. Grote schotels, niet duur, niet te chic – gewoon gezellig en goed. ‘Vlaamse’ kost, zouden we in Belgie zeggen, maar dan Grieks.

Daarna spraken we af met een aantal andere vrienden. Roxy, de club aan de Hudson rivier, was onze eindbestemming. Rond 2u ’s nachts begon de vlucht (en het tijdsverschil) zijn tol te eisen en wandelde ik terug naar het hotel. Het was warm en New York was nog wakker.

De volgende ochtend – het was zondag – ging ik brunchen bij de Italiaan. Ik las m’n krant, at een zeevruchtensalade en besloot daarna m’n haar te laten knippen bij de Russische kapper op 7th Avenue. 10 dollar (7,5 euro) en je bent er vanaf. Er zat een rij van 6 mensen te wachten, maar met Russische efficientie (?) werd die in een half uurtje weg gewerkt. Helaas spreekt onze, nog altijd te zwaar opgemaakte, Russische kapster, maar 5 woorden. Met m’n handen en de 5 woorden (kort, vooraan, achteraan, lang, chaos) maakte ik duidelijk wat ik precies wou. Ze moest lachen (was dat een goed of slecht teken?) en handelde het ganse boeltje in 5 minuten af. Ik moet zeggen dat ik minder op mijn gemak zit dan bij ‘ons’ tante Sabrien, mijn kapster in Belgie, maar ik zie er toch telkens weer toonbaar uit.

Met een kersverse coupe ging ik bij de Portugees op 27th Street koffie drinken met Mila, mijn Kroatische collega. We wisselden de laatste roddels van het werk uit en besloten daarna nog even te winkelen rond Union Square. Helaas was m’n lievelingswinkel, Diesel, met verbouwingswerken bezig en konden we er voorlopig niet binnen.

Een week later vertrok ik opnieuw naar de luchthaven. KLM ging me weer 18 uren vasthouden in een zetel van 40 cm op 40 cm. Eerst een nachtvlucht van New York naar Amsterdam. Om 6u ’s ochtends aankomen in een overvolle luchthaven. 3 uren later op de lange vlucht naar Johannesburg, helemaal naar beneden onze aardbol. Een volledig boek, 2 kranten en een 2 films later arriveerde ik in Johannesburg. 15000 kilometer. 30000 kilometer in 7 dagen. En ’t was daarna dat die snotvalling weer wat verergerde...

Monday, June 05, 2006

De stad die heel even mn hart wegkaapte

We waren net geland na een vlucht van 2 uren en we reden in onze gehuurde Chevrolet weg van de luchthaven, richting de oceaan. In Johannesburg regende het en was het 10 graden. In Kaapstad scheen de zon volop, wat uitzonderlijk was in de winter, zo bleek de volgende dagen. Ik heb altijd al een zwak gehad voor steden bij de oceaan, maar als dat ook nog eens gepaard gaat met heuvels en bergen die je telkens weer nieuwe fantastische uitzichten bezorgen, dan word ik helemaal euforisch.

Jeremy, mijn collega en ondertussen een goeie vriend, was geboren en getogen in Kaapstad en had er veel zin in om me zijn plekjes te tonen. Hij vroeg me wat ik wou zien die dag en somde alle toeristische plaatsen op waaruit ik kon kiezen. Ik had echter de voorbije maand nog geen enkele keer echt op straat of in de stad gewandeld wegens de onveiligheid in Johannesburg en verlangde naar niks anders dan even de benen te strekken. Hij nam me mee naar de wijngaarden van Constantia, waar we 2 uren in T-shirt tussen de lege wijnranken rondliepen. Het was triviaal als eerste ‘activiteit’ in Kaapstad, maar ik heb er enorm van genoten.

Daarna nam hij me mee naar een restaurant/bar langs het strand, waar ik even niet goed wist of ik nu in Sydney of Miami was. Het had wat weg van allebei. Ik bleef mijn verwondering uitdrukken, totdat het mijzelf begon te vervelen.

We zouden 5 dagen in Kaapstad zijn en elke dag wou ik een hoogtepunt bezoeken. De volgende dag stond ik vroeg op om naar Robbeneiland te gaan, het eiland op 45 minuten met de boot van Kaapstad. De toer van een goede 4 uren begon op een toch wel wat ruwe oceaan. Gedaan met het mooie weer – de volgende drie dagen zouden bewolkt, regenachtig en winderig blijven.

Ik had Mandela zijn biografie gelezen en wou ‘zijn’ gevangenis waar hij een 20-tal jaren had verbleven zeer graag bezoeken. Niettegenstaande de bus Fransen (niks tegen Fransen, ze waren gewoon enorm luid) en de opdringerige Duitse jonge dame (niks tegen Duitsers, ze was gewoon...opdringerig), die alleen reisde en in mij een lotgenoot dacht gevonden te hebben, was het een indrukwekkend bezoek, met een gids die zelf 8 jaren in de gevangenis had doorgebracht als ‘politiek’ gevangene. Ik werd weeral eens kwaad wegens het onrecht dat decennialang de meerderheid van een bevolking geiselde met als symbolisch hoogtepunt de gevangenneming van een aantal kopstukken van de verzetsbeweging, waaronder de –ondertussen- Nobelprijswinnaar Mandela. Een onrecht gesteund door de CIA die Mandela als terrorist beschouwde. De Amerikaanse regering heeft trouwens nooit hun verontschuldigingen aangeboden voor de betrokkenheid bij de arrestatie van Mandela. Some things will never change.

Zaterdag was het hoogtepunt net iets anders dan je zou verwachten. Kaapstad staat bekend als een van de homowereldsteden en dat bewezen ze die avond in de Bronx, voor mij de leukste club waar ik ooit al geweest ben. En dan moet je weten dat ik clubs in Sydney, New York, Miami en een aantal Europese hoofdsteden op mijn palmares staan heb. Leuke sfeer, blank, zwart (en alles daartussen in), man, vrouw, homo, hetero – en iedereen was er gewoon om plezier te hebben. Geen snobby sfeertje, maar allemaal lekker gezellig samen feestje bouwen.

De volgende dag reed ik, met de radio keihard, anderhalf uur langs de oceaan naar Cape Point, net niet het meeste zuidelijke deel van het Afrikaanse continent. De kronkelende slinger land in de oceaan, zeer visueel vanop een van de heuveltoppen waar de vuurtoren staat, gaf je het gevoel dat het land daar definitief op hield. 3000km verder naar het zuiden kondigt de zuidpool pas het eerste volgende stuk land aan.

Toen we op maandagavond terug vertrokken naar Johannesburg, gaf Jeremy op het vliegtuig zijn plaats aan het raam aan mij. Het klinkt allemaal een beetje melig, maar toen de vlucht net na 18u vertrok, met de zon die aan het ondergaan was, en Kaapstad aan het water beneden ons, was ik al plannen aan het maken om terug te komen...

Tuesday, May 23, 2006

Geflitst met Laura Lynn

Ik denk dat ik geflitst ben. Ik kwam net uit de bocht aan 95 km per uur, zie het bordje ‘60’ staan en denk nog: hoh, ik zou misschien beter vertragen. Maar ik kende de weg ondertussen al zo goed, dat ik er verder niet bij nadacht. Tot ik ze opeens zag staan met hun camera, in de volgende bocht. Ik wist al waar de 2 flitspalen stonden op het stuk van 15 kilometer op weg naar kantoor en zorgde ervoor daar altijd meer dan correct te zijn. Ik weet ook al een pak andere camera’s staan en de helft van de mensen die ik hier ken hebben de voorbije maanden al een boete in de bus gekregen. Ik denk dat ik nu zal kunnen meepraten. Voor de slechte verstaanders: ik spreek wel degelijk over Zuid- Afrika, en niet over Belgie.

Nog meer Belgische gevoelens de voorbije weken? Dit weekend was ik met vrienden aan het shoppen en tijdens het rondkijken in de CD-winkel, belandden de CDs van Laura Lynn, Dana Winner en Helmut Lotti in mijn handen. Vreemd hoe ik dan opeens een heel klein beetje trots-nationalistisch wil zeggen dat die alledrie Belgisch zijn. Helmut Lotti, de bekendste van de drie, was als Duitser ingeschat. Ik had het misschien beter zo gelaten.

Wees gerust, ze hebben hier ook nog smaak hoor. Robbie Williams was onlangs in Zuid Afrika voor een concert en mijn huisgenoten gaan binnenkort naar de Black Eyed Peas. Snoop Dog daagde dan weer niet op voor zijn concert omdat hij gearresteerd werd in London net voor zijn vlucht naar Zuid-Afrika. Iedereen kreeg netjes zijn ticket terug betaald, zo meldde het radiobericht. In hetzelfde item ging het over de Music Awards in Zuid Afrika en werden de BZA (Bekende Zuid Afrikanen) becommentarieerd; Wie er nu met wie was of wie niet meer; Welke soap (Egoli en Isidingo zijn de grootste) er nu populairder of leuker is. Isidingo gaat trouwens over een redelijk welgestelde familie, met corruptie, intriges en overspel aan de lopende band. Klinkt bekend? En welk productiehuis zit er achter? Endemol! Allemaal een pot nat.

Het is trouwens interessant om in andere landen naar de radio te luisteren en zo een aantal dingen van het land op te pikken. De radioreclames voor diensten om je auto op te sporen als die gestolen is, hoorde ik bijvoorbeeld enkel nog maar in Zuid-Afrika.

Zo word je hier ook constant om de oren geslagen met reclame omtrent bankzaken doen via je gsm. En gisterenavond, terwijl ik naar de Matrix op tv aan het kijken was, krijg ik in een reclame te zien dat je door naar 31888 te sms-en, grappige video’s toegestuurd kunt krijgen, op je gsm. Dat is iets anders dan de ringtones, moppen en foto’s waarmee ze in Belgie reclame maken in de Joepie en de Dag Allemaal. Of misschien ben ik wel helemaal niet up to date en heb je ook al lang videos in Belgie. Even later volgde er een gelijksoortige reclame waardoor je door ‘help’ te sms-en naar nog weer een ander nummer, een ‘nood’ knop krijgt toegewezen op je gsm. Als je op die noodknop duwt, wordt er automatisch een sms gestuurd naar een aantal mensen, die jij vooraf bepaalt, met daarin jouw locatie in Zuid-Afrika. Zij kunnen dan de politie waarschuwen en laten weten waar je je bevindt.

Zowat iedereen heeft hier flashy gsms, waardoor mijn mobieltje ouderwets lijkt. Opnieuw een bewijs van iets dat ik in Oeganda ook al had vastgesteld: De Afrikaanse landen slaan de stap van vaste telefonie als het ware over en gaan voluit voor de mobiele telefonie. Het is logistiek moeilijker om overal telefoniedraad naartoe te trekken, overal vaste telefoons te plaatsen en het ganse netwerk te onderhouden. De Afrikanen gaan onmiddellijk voor mobiele telefonie en doen dat massaal. De mobiele telefonieprovider MTN hier in Zuid Afrika was trouwens in Oeganda ook al de grootste.

Enfin, ik ga nog een beetje gaan werken, mijn boete gaan verdienen.

Tsotsi

Het was iets voor 8u ‘s avonds en ik had net de verkeerde afrit genomen op de M1 richting Bloemfontein. Ik was op weg naar het Globe Theater, waar ik die avond naar de voorstelling van African Footprint ging kijken. De voorstelling vertelt in zang en dans het verhaal van muziek in (Zuid-) Afrika en een vriend die ik in Johannesburg had leren kennen, was een van de dansers.

Maar de verkeerde afrit dus. Dat had ik door toen ik opeens de bordjes ‘Soweto’ zag. En toen werd ik bang. Zowat iedereen had me op het hart gedrukt om niet zonder begeleiding naar Soweto te gaan, de township waar Mandela en Tutu verplicht waren samen met hun zwarte broeders in erbarmelijke omstandigheden te wonen tijdens de apartheid. Ik had Soweto het weekend daarvoor bezocht met Jeff, een Xhosa (zwarte) Zuid-Afrikaan die in Soweto was geboren en getogen. Mijn collega’s op kantoor wouden dat ik niet zomaar met gelijk wie of alleen ging. Ze vonden wel dat ik Soweto moest bezoeken, maar Jeff zou me wel alle plekjes tonen.

Jeff bracht me naar het huis waar Mandela nog had gewoond en toonde me onder andere ook Kliptown, waar delen van de film Tsotsi waren opgenomen. Tsotsi, wat staat voor ‘boefje’ in de lokale taal, vertelt het (fictieve) verhaal van een jongen die opgroeit in Soweto. De film won de Oscar voor buitenlandse film in 2006 en is een absolute aanrader. Ik was de film gaan bekijken met Nolan, een Zuid-Afrikaanse vriend. Nolan vertelde me achteraf dat hij na een half uur bijna de cinemazaal had verlaten. Wat hij zag was zo echt, las hij elke dag in de krant of zag hij op het tv-nieuws. De film was voor hem zo ‘werkelijk’ dat het zowaar nog meer beangstigend was dan een film over 2 verschillende clans buitenaardse wezens die elkaars planeet proberen te vernietigen.et

Voor degenen die de film al gezien hebben of nog gaan bekijken: Enkel de skyline van Johannesburg centrum (met de toren) is voor mij bekend. Ik leef in een totaal ander deel van de stad. Dus vrees niet.

En daar was ik dus beland, nu zonder een ‘local’ bij me en in het donker. Ik besloot dat ik kost wat kost moest blijven rijden, nooit stil staan. Ik checkte even of mijn deur op slot was en greep naar mijn gsm. Ik belde Carol op, bij wie ik momenteel verblijf. Op de koop toe had ik nog maar 8 Rand (1 euro) belkrediet, dus ik vroeg haar of ze me onmiddellijk kon terug bellen. Ondertussen sloeg mijn hart dubbel zo snel en waren er geen wagens meer rond mij. Ik bleef lustig verder rijden. Ik legde haar vlug uit wat ik had gedaan en ze wist me onmiddellijk te vertellen dat ik moest terugkeren, de M1 richting Johannesburg op moest en afrit nummer 5 moest nemen (Ik had nummer 6 genomen).

Letterlijk 20 minuten later zat ik, nog met een kleine adrenaline rush, op mijn stoel een glas wijn te drinken, klaar voor een avondje entertainment. Een paar kilometer en 1 afrit verder brengen je in een verschillend deel van de stad, een andere wereld. Het Globe Theater bevond zich in een casino, waar blank en zwart plastieken schijfjes kocht om roulette te spelen. Ik stond er bij en keek ernaar. En begon me af te vragen waar de angst die ik zonet had vandaan kwam. Was het realistische angst? Was de angst mij aangepraat, in mijn hoofd geplant?

Reizen naar onbekende plaatsen brengt altijd dit soort situaties met zich mee. Ik heb de voorbije jaren al geleerd hier op een bepaalde manier mee om te gaan. Een aantal basisregels: altijd genoeg benzine, altijd een functionerende gsm bij de hand, altijd kijken hoe je terug op de autostrade moet, eenmaal je er af rijdt. Altijd een stadsplan bekijken voor je vertrekt en zorgen dat je de belangrijkste gebouwen en wegen van buiten kent. Altijd aan de locals vragen wat de beste (minst verwarrende) weg is naar een bepaald punt. En diezelde vraag aan minstens 3 locals stellen en dan je eigen conclusie trekken. J

Oh, in marketing zeggen ze dat elk merk of elke boodschap 3 keer moet herhaald moet worden. Had ik al gezegd dat je de film Tsotsi moet gaan bekijken? Dat je Tsotsi moet gaan bekijken...

Aangekomen - gevangen genomen

Verdorie. Er is helemaal geen Club Street aan de rechterkant. Ik keek nogmaals op de wegbeschrijving, maar had het niet verkeerd gelezen. Mijn Zuid Afrikaanse collega had tot nu toe nochtans een prachtige beschrijving gegeven van de luchthaven naar het kantoor in Johannesburg. Ik was die ochtend geland en had een huurauto genomen.

Aan meer dan een euro per minuut belde ik haar dan maar op met mijn Belgische gsm. Dat besefte zij blijkbaar niet zo goed toen ze eerst uitvoerig de tijd nam om me welkom te heten. Ik was beleefd en wachtte mijn beurt af vooraleer ik haar vroeg om me even op de juiste weg te helpen. Het probleem was al vlug uitgeklaard en 20 minuten later parkeerde ik voor de deur van het kantoor.

Zij het dan wel met bezwete handen. Ik had ooit al aan de linkerkant van de weg gereden in Engeland, maar dat was op bekend terrein en met een Belgische wagen. Hier had ik onmiddellijk een vuurdoop met een wagen waarvan het stuur aan de rechterkant zat en met een traject van 45 minuten, vaag beschreven in een email en zonder plannetje.

Het was een zonnige dag in april en alhoewel het winter aan het worden was in Zuid Afrika, merkte ik daar in mijn t-shirt helemaal niks van. Ik begroette de collega’s, die ik al eerder had ontmoet, hartelijk en kreeg mijn bureau toegewezen, plus de sleutelbos van het kantoor.

Een van de collega’s nam me mee naar het guest house waar ik zou verblijven. Ik bleek een kamer te hebben in een groot huis van een familie met twee kinderen. Daar kreeg ik meteen, na die van mijn auto en het kantoor, mijn derde sleutelbos in de handen gedrukt. Ik leerde al vlug dat je in Johannesburg het best alles goed beveiligd. Ik neem je even mee langs mijn ochtendroutine om van thuis naar het kantoor te gaan. Met sleutelbos 1 ontsluit ik zowel de voordeur als de ijzeren deur voor de voordeur, die ik beide netjes weer op slot doe langs de buitenkant (iedereen binnen zit dus opgesloten). Met sleutelbos 2 zet ik het alarm van mijn auto af en open ik de koffer, waar ik mijn laptop en tas inzet, die best niet zichtbaar op de passagierszetel achterblijft. Ik open de deur van mijn auto en doe die weer op slot van zodra ik neerzit. Met sleutelbos 1 opnieuw open ik het elektrische hek van op afstand en, de 2 grote honden ontwijkend, rijd ik naar buiten. Ik zwaai nog even naar 1 van onze bewakers van het huis. Luttele seconden nadat ik door het hekken ben, sluit het alweer. Na 500 meter moet ik even stoppen om de bewaker de slagboom te laten openen van de wijk waarin ik woon.

15 kilometer verder draai ik mijn venster open en zwaai de magnetische kaart van sleutelbos 3 voor de de kaartlezer om zo de poort van de parking van ons kantoor open te doen. Onderweg naar boven, zwaai ik die magnetische kaart nog eens om het gebouw binnen te kunnen. Ik zeg vriendelijk goeiedag tegen de bewaker van dienst aan de receptie en neem de lift naar boven. Als ik de eerste ben die ochtend, ontsluit ik ook nog eens voordeur van het kantoor (nog altijd sleutelbos 3) en daarna ook nog eens de lade van mijn bureau.

Om te duiden wat voor een aanpassing dit is voor mij: in Belgie heb ik exact 2 sleutels: 1 voor mijn appartement en 1 voor mijn fiets.

Morgen ga ik de fitness club gaan verkennen. Ik vraag me af of ik dan nog een vierde sleutelbos zal bijkrijgen? Een magnetische kaart om de parking binnen te kunnen? Een sleutel voor mijn kastje? Ik ben het ondertussen toch al gewend, dus kom maar op!