Tsotsi
Het was iets voor 8u ‘s avonds en ik had net de verkeerde afrit genomen op de M1 richting Bloemfontein. Ik was op weg naar het Globe Theater, waar ik die avond naar de voorstelling van African Footprint ging kijken. De voorstelling vertelt in zang en dans het verhaal van muziek in (Zuid-) Afrika en een vriend die ik in Johannesburg had leren kennen, was een van de dansers.
Maar de verkeerde afrit dus. Dat had ik door toen ik opeens de bordjes ‘Soweto’ zag. En toen werd ik bang. Zowat iedereen had me op het hart gedrukt om niet zonder begeleiding naar Soweto te gaan, de township waar Mandela en Tutu verplicht waren samen met hun zwarte broeders in erbarmelijke omstandigheden te wonen tijdens de apartheid. Ik had Soweto het weekend daarvoor bezocht met Jeff, een Xhosa (zwarte) Zuid-Afrikaan die in Soweto was geboren en getogen. Mijn collega’s op kantoor wouden dat ik niet zomaar met gelijk wie of alleen ging. Ze vonden wel dat ik Soweto moest bezoeken, maar Jeff zou me wel alle plekjes tonen.
Jeff bracht me naar het huis waar Mandela nog had gewoond en toonde me onder andere ook Kliptown, waar delen van de film Tsotsi waren opgenomen. Tsotsi, wat staat voor ‘boefje’ in de lokale taal, vertelt het (fictieve) verhaal van een jongen die opgroeit in Soweto. De film won de Oscar voor buitenlandse film in 2006 en is een absolute aanrader. Ik was de film gaan bekijken met Nolan, een Zuid-Afrikaanse vriend. Nolan vertelde me achteraf dat hij na een half uur bijna de cinemazaal had verlaten. Wat hij zag was zo echt, las hij elke dag in de krant of zag hij op het tv-nieuws. De film was voor hem zo ‘werkelijk’ dat het zowaar nog meer beangstigend was dan een film over 2 verschillende clans buitenaardse wezens die elkaars planeet proberen te vernietigen.et
Voor degenen die de film al gezien hebben of nog gaan bekijken: Enkel de skyline van Johannesburg centrum (met de toren) is voor mij bekend. Ik leef in een totaal ander deel van de stad. Dus vrees niet.
En daar was ik dus beland, nu zonder een ‘local’ bij me en in het donker. Ik besloot dat ik kost wat kost moest blijven rijden, nooit stil staan. Ik checkte even of mijn deur op slot was en greep naar mijn gsm. Ik belde Carol op, bij wie ik momenteel verblijf. Op de koop toe had ik nog maar 8 Rand (1 euro) belkrediet, dus ik vroeg haar of ze me onmiddellijk kon terug bellen. Ondertussen sloeg mijn hart dubbel zo snel en waren er geen wagens meer rond mij. Ik bleef lustig verder rijden. Ik legde haar vlug uit wat ik had gedaan en ze wist me onmiddellijk te vertellen dat ik moest terugkeren, de M1 richting Johannesburg op moest en afrit nummer 5 moest nemen (Ik had nummer 6 genomen).
Letterlijk 20 minuten later zat ik, nog met een kleine adrenaline rush, op mijn stoel een glas wijn te drinken, klaar voor een avondje entertainment. Een paar kilometer en 1 afrit verder brengen je in een verschillend deel van de stad, een andere wereld. Het Globe Theater bevond zich in een casino, waar blank en zwart plastieken schijfjes kocht om roulette te spelen. Ik stond er bij en keek ernaar. En begon me af te vragen waar de angst die ik zonet had vandaan kwam. Was het realistische angst? Was de angst mij aangepraat, in mijn hoofd geplant?
Reizen naar onbekende plaatsen brengt altijd dit soort situaties met zich mee. Ik heb de voorbije jaren al geleerd hier op een bepaalde manier mee om te gaan. Een aantal basisregels: altijd genoeg benzine, altijd een functionerende gsm bij de hand, altijd kijken hoe je terug op de autostrade moet, eenmaal je er af rijdt. Altijd een stadsplan bekijken voor je vertrekt en zorgen dat je de belangrijkste gebouwen en wegen van buiten kent. Altijd aan de locals vragen wat de beste (minst verwarrende) weg is naar een bepaald punt. En diezelde vraag aan minstens 3 locals stellen en dan je eigen conclusie trekken. J
Oh, in marketing zeggen ze dat elk merk of elke boodschap 3 keer moet herhaald moet worden. Had ik al gezegd dat je de film Tsotsi moet gaan bekijken? Dat je Tsotsi moet gaan bekijken...
Maar de verkeerde afrit dus. Dat had ik door toen ik opeens de bordjes ‘Soweto’ zag. En toen werd ik bang. Zowat iedereen had me op het hart gedrukt om niet zonder begeleiding naar Soweto te gaan, de township waar Mandela en Tutu verplicht waren samen met hun zwarte broeders in erbarmelijke omstandigheden te wonen tijdens de apartheid. Ik had Soweto het weekend daarvoor bezocht met Jeff, een Xhosa (zwarte) Zuid-Afrikaan die in Soweto was geboren en getogen. Mijn collega’s op kantoor wouden dat ik niet zomaar met gelijk wie of alleen ging. Ze vonden wel dat ik Soweto moest bezoeken, maar Jeff zou me wel alle plekjes tonen.
Jeff bracht me naar het huis waar Mandela nog had gewoond en toonde me onder andere ook Kliptown, waar delen van de film Tsotsi waren opgenomen. Tsotsi, wat staat voor ‘boefje’ in de lokale taal, vertelt het (fictieve) verhaal van een jongen die opgroeit in Soweto. De film won de Oscar voor buitenlandse film in 2006 en is een absolute aanrader. Ik was de film gaan bekijken met Nolan, een Zuid-Afrikaanse vriend. Nolan vertelde me achteraf dat hij na een half uur bijna de cinemazaal had verlaten. Wat hij zag was zo echt, las hij elke dag in de krant of zag hij op het tv-nieuws. De film was voor hem zo ‘werkelijk’ dat het zowaar nog meer beangstigend was dan een film over 2 verschillende clans buitenaardse wezens die elkaars planeet proberen te vernietigen.et
Voor degenen die de film al gezien hebben of nog gaan bekijken: Enkel de skyline van Johannesburg centrum (met de toren) is voor mij bekend. Ik leef in een totaal ander deel van de stad. Dus vrees niet.
En daar was ik dus beland, nu zonder een ‘local’ bij me en in het donker. Ik besloot dat ik kost wat kost moest blijven rijden, nooit stil staan. Ik checkte even of mijn deur op slot was en greep naar mijn gsm. Ik belde Carol op, bij wie ik momenteel verblijf. Op de koop toe had ik nog maar 8 Rand (1 euro) belkrediet, dus ik vroeg haar of ze me onmiddellijk kon terug bellen. Ondertussen sloeg mijn hart dubbel zo snel en waren er geen wagens meer rond mij. Ik bleef lustig verder rijden. Ik legde haar vlug uit wat ik had gedaan en ze wist me onmiddellijk te vertellen dat ik moest terugkeren, de M1 richting Johannesburg op moest en afrit nummer 5 moest nemen (Ik had nummer 6 genomen).
Letterlijk 20 minuten later zat ik, nog met een kleine adrenaline rush, op mijn stoel een glas wijn te drinken, klaar voor een avondje entertainment. Een paar kilometer en 1 afrit verder brengen je in een verschillend deel van de stad, een andere wereld. Het Globe Theater bevond zich in een casino, waar blank en zwart plastieken schijfjes kocht om roulette te spelen. Ik stond er bij en keek ernaar. En begon me af te vragen waar de angst die ik zonet had vandaan kwam. Was het realistische angst? Was de angst mij aangepraat, in mijn hoofd geplant?
Reizen naar onbekende plaatsen brengt altijd dit soort situaties met zich mee. Ik heb de voorbije jaren al geleerd hier op een bepaalde manier mee om te gaan. Een aantal basisregels: altijd genoeg benzine, altijd een functionerende gsm bij de hand, altijd kijken hoe je terug op de autostrade moet, eenmaal je er af rijdt. Altijd een stadsplan bekijken voor je vertrekt en zorgen dat je de belangrijkste gebouwen en wegen van buiten kent. Altijd aan de locals vragen wat de beste (minst verwarrende) weg is naar een bepaald punt. En diezelde vraag aan minstens 3 locals stellen en dan je eigen conclusie trekken. J
Oh, in marketing zeggen ze dat elk merk of elke boodschap 3 keer moet herhaald moet worden. Had ik al gezegd dat je de film Tsotsi moet gaan bekijken? Dat je Tsotsi moet gaan bekijken...

0 Comments:
Post a Comment
<< Home